login »

Terugblikonderzoek 'Detentie, behandeling en nazorg criminele jeugdigen'

22 maart 2012

De detentie en behandeling van veroordeelde jeugd in justitiële jeugdinrichtingen is verbeterd ten opzichte van 2007, zo stelt de Algemene Rekenkamer in dit terugblikonderzoek vast. Aan de verbeterde aanpak hangt wel een prijskaartje. Het schort, net als uit onderzoek in 2007 bleek, nog aan inzicht in de prestaties, behandeleffecten en de resultaten van zorg voor deze jeugdigen na hun vrijlating.

In 2007 stelde de Algemene Rekenkamer in het onderzoek Detentie, behandeling en nazorg criminele jeugdigen vast dat de werkelijkheid in deze justitiële jeugdinrichtingen niet overeenkwam met de regels en dat er tekortkomingen in de regelgeving waren. Zo waren de behandelingen van deze jeugdigen van twaalf tot achttien jaar (met uitloop naar 23) niet beproefd en verschilden per inrichting.

Terugblikonderzoek

In dit terugblikonderzoek schrijft de Algemene Rekenkamer dat de kwaliteit van de detentie, behandeling en nazorg verbeterd is. Zo zijn wet- en regelgeving aangepast en worden criminele jeugdigen in de justitiële inrichtingen inmiddels planmatig begeleid vanaf het moment dat zij op last van de rechter in zo’n inrichting geplaatst worden tot en met hun terugkeer in de maatschappij. Ook jeugdreclassering en gemeenten worden hierbij vroegtijdig betrokken.

Een ander signaal van verbetering is dat er momenteel geen justitiële jeugdinrichtingen meer onder verscherpt toezicht van de Inspectie jeugdzorg staan, zoals in 2007 nog wel het geval was. De kwaliteitsverbetering is echter kwetsbaar. Er kunnen minder specialistische behandelingen uitgevoerd worden door de aangepaste schaalgrootte van de jeugdinrichtingen (minder jeugdigen, leegstand, minder specialistisch personeel).

Nog geen zicht op effecten; overheid vergoedt jeugdinrichting meer

Uit het terugblikonderzoek blijkt dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nog steeds geen zicht heeft op wat het effect van alle inspanningen is. Er is geen methode ontwikkeld om dit te meten. De staatssecretaris laat niet nagaan of criminele jeugdigen tegenwoordig de behandeling krijgen waar ze recht op hebben. De kosten van een meer samenhangende aanpak in de justitiële jeugdinrichtingen zijn inmiddels per jeugdige fors hoger dan in 2007. Gemiddeld betaalt de overheid nu voor detentie en behandeling aan een jeugdinrichting nominaal 83 % meer dan in 2007. Dit komt in 2012 neer op € 563 per dag (kosten van onderwijs en jeugdreclassering niet meegeteld).

Ontwikkel meetmethode

De Algemene Rekenkamer beveelt de staatssecretaris aan dit jaar na te gaan of deze jongeren in de justitiële jeugdinrichtingen krijgen waar zij recht op hebben, dus of de inrichtingen de afgesproken prestaties leveren. Verder wordt aanbevolen een methode te ontwikkelen om de maatschappelijke effecten van het verblijf, de behandeling en nazorg van criminele jeugdigen vast te stellen en vanaf 2013 te gaan meten. Plegen deze jeugdigen geen delicten meer? Kan ook iets vastgesteld worden over de kosteneffectiviteit van het beleid?

Jeugdcriminaliteit daalt verder; leegstand na scheiden van groepen

Tegenover de gestegen kosten per jeugdige staan dalende totaalkosten. In 2007 gaf de rijksoverheid € 320 miljoen uit aan justitiële jeugdinstellingen, in 2012 zal dat € 272 miljoen zijn. Dit komt vooral doordat de jeugdcriminaliteit – al sinds 2005 - daalt. Justitie heeft inmiddels het aantal justitiële jeugdinrichtingen van veertien naar tien teruggebracht, het aantal behandelplaatsen is meer dan gehalveerd tot 1.244. Dit aantal moet volgens de staatssecretaris nog verder terug naar 950.

De groeiende leegstand in deze jeugdinrichtingen komt ook omdat deze jeugdigen vaker een andere sanctie dan opsluiting wordt opgelegd. Sinds 2010 worden veroordeelden en jeugdigen met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen bovendien in verschillende instellingen ondergebracht. Het ministerie schat de huidige kosten van de leegstand op €100 miljoen per jaar.

Reactie staatssecretaris, nawoord Algemene Rekenkamer

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie acht, in reactie op dit onderzoek, het belangrijk dat de resultaten en effecten van behandeling van deze jeugdigen aannemelijk worden gemaakt, ook al is het complex om dit vast te stellen. De kosteneffectiviteit vaststellen is volgens hem niet mogelijk.

De Algemene Rekenkamer bepleit in haar nawoord de invoering van een einddiagnose van elke jongere die een justitiële jeugdinrichting verlaat. Dit om vast te stellen welke vorderingen hij of zij heeft gemaakt voor de terugkeer in de maatschappij. Dan kan tevens aangegeven worden wat verblijf en behandeling gekost hebben.

Downloads

Links

  • Op de website van de Algemene Rekenkamer staat een filmpje waarin Kees Vendrik van het college van de Algemene Rekenkamer het rapport toelicht.

Cookiemelding

akkoordDeze website maakt gebruik van cookies.
Klik hier voor meer informatie.