
Unieke aanpak overlastplegers Korrewegwijk
door Gineke Meinders
10 mei 2011
Een lastige groep, voor justitie én voor wijkbewoners: Mensen die stelselmatig overlast veroorzaken. In ondermeer de Korrewegwijk bestaat een unieke aanpak voor deze groep. We spraken met een drietal mensen die daar nauw bij betrokken zijn - projectleider Karin Brongers, officier van justitie Anna van den Oever en Janneke Patty, reclasseringswerker bij Verslavingszorg Noord Nederland (VNN).
Karin Brongers werkt sinds 2008 als projectleider prachtwijken (GM: Ook wel Vogelaarwijken) op het politiebureau Noord. Brongers is portefeuillehouder van de gebiedsgebonden politiezorg, ofwel alle buurt- en jeugdagenten. Dit betekent dat ze probeert de vele projecten die in de Vogelaarwijken draaien op elkaar af te stemmen.
Karin Brongers: "Er zijn veel problemen in deze woonomgeving, maar als je al je aandacht daarover versnippert levert het niets op. We hebben er daarom voor gekozen ons met name op de grootste overlastveroorzakers te richten."
Alleen al in het werkgebied van Bureau Noord (Oranjewijk, Korrewegwijk, de Hoogte en de Indische buurten) zijn zo'n zeventig veelplegers actief. Op een aantal hiervan had de politie echter nauwelijks enige grip: overlastplegers die te weinig dossier hebben opgebouwd om te kunnen veroordelen. Mensen die geen strafbare feiten plegen of domweg niet betrapt worden, maar wel veel overlast veroorzaken.
Brongers: "We kunnen ze niet opsluiten maar we hebben wel de mogelijkheid tot drang en dwang. Dit houdt in dat we kunnen zeggen 'we bieden je een helpende hand, maar als je deze niet accepteert nemen we maatregelen en sta je bij ons volop in de schijnwerpers.' Eén van deze maatregelen is de zogenaamde Noorderslagprocedure, twee jaar geleden ontwikkeld door wijkagenten Andries Nederhoed en Nico Lefferts. De procedure houdt in dat de politie met toestemming van de betrokkene een huissleutel krijgt en dagelijkse huisbezoeken aflegt."
De effectiviteit van deze aanpak zit hem in het richten van de focus op een kleine groep: de top tien van mensen die de meeste overlast veroorzaken.
Reclasseringswerker Janneke Patty: "Over die tien mensen hebben we afgesproken dat ze vanaf het moment dat ze op de lijst staan een brief krijgen waarin ze wordt verteld dat ze hulp van de reclassering kunnen aanvaarden òf de harde hand van de politie en justitie voelen. Dus vanaf het moment dat iemand op de lijst staat komen wij al in actie."
Brongers: "Dankzij deze aanpak hebben we iemand die op het punt stond uit huis te worden geplaatst kunnen helpen. In plaats van op straat te worden gezet krijgt hij nu elke dag bezoek. Door zijn drugsgebruik werd hij volledig afhankelijk van iemand die in zijn woning dealde. Deze haalde weer vrienden in huis en de bewoner had in zijn eigen huis niets meer te zeggen. Vaak zijn verslaafden zelf niet meer in staat al die mensen buiten de deur te houden. Nu krijgen ongewenste bezoekers een waarschuwing en als dat niet helpt worden ze aangeklaagd wegens huisvredebreuk. Op die manier krijgt de bewoner de controle over zijn eigen woning terug. En de blijvende dreiging van een uithuisplaatsing helpt nieuwe overlast te voorkomen."
Bestaat deze top tien vooral uit verslaafden?
Brongers: "Nee, al heeft drugsgebruik vaak wel direct of indirect met de situatie te maken."
"De persoonsgerichte aanpak is zo succesvol dat wij in de rest van Nederland als voorbeeld worden genoemd"
Wat doet u als iemand alle medewerking weigert?
Brongers: "Dan gaan we met het OM kijken naar wat er nog aan dossier nodig is. Als er iemand is die ook strafrechtelijke dingen doet, kun je toch een maatregel gaan opleggen. Verplichte opname of voorwaarden die de rechtbank oplegt. Zoniet dan gaan we zo iemand heel intensief volgen. Iedereen die bij ons zijn of haar naam invoert ziet meteen een attendering. Als je aan iemand veel aandacht besteedt krijg je zicht op wat hij doet en is de kans groter dat deze persoon vertrekt, zich aanpast of de nodige zorg accepteert. Zo hebben we iemand die altijd alle zorg heeft geweigerd en nu al anderhalf jaar bezig is af te kicken. Dat is daarvoor nooit gelukt. Ik heb daar veel bewondering voor, want afkicken is een heel moeilijk proces."
Officier van justitie Anna van den Oever is vanuit het Openbaar Ministerie verantwoordelijk voor het werkgebied van politiebureau Noord.
Van den Oever: "Op deze manier ben ik ook bij de overlastplegers terechtgekomen. We hebben maandelijks een casusoverleg, waarin de tien worden besproken. Daar zit de politie bij, reclassering, iemand van de Sociale Dienst, het OM en soms iemand van het gevangeniswezen. Zo houden we een vinger aan de pols. Tussendoor word ik nog weleens gebeld over mensen die zijn aangehouden door de politie, op heterdaad bijvoorbeeld. Dan is de vraag wat we met zo iemand gaan doen. Vaak komt meteen de reclassering erbij en ga ik me buigen over de vraag of iemand naar de rechter-commissaris moet om eventueel langer vast te blijven zitten."
Patty: "In het kader van de Vogelaarwijken heeft de gemeente besloten om de persoonsgerichte aanpak die er voor de veelplegers al was, ook toe te passen op een aantal overlastplegers in de wijk. De partijen die deelnamen aan de veelpleger-aanpak zijn op dezelfde manier gaan samenwerken voor de overlastplegers. Deze hebben dan ook een eigen officier van justitie en een eigen wijkagent. En we hebben drie reclasseringsinstanties waar we de mensen over kunnen verdelen. Van de tien gaat er één naar het Leger des Heils omdat dit de kleinste organistatie is. Twee gaan er naar Reclassering Nederland en zeven naar VNN."
Veel menskracht voor een groepje van tien.
Patty: "Ja, dat is ook precies de bedoeling. De persoonsgerichte aanpak is zo succesvol dat wij in de rest van Nederland als voorbeeld worden genoemd."
Brongers: "Het is een langdurig proces maar het levert ook veel op. Het scheelt enorm in overlast en gevoelens van onveiligheid voor de omgeving. Wij zijn er heel tevreden over."
Geen snelle successen
Zit er veel verloop in de lijst?
Patty: "De lijst wordt elk half jaar geëvalueerd en omdat de problematiek zich jarenlang heeft opgebouwd heb je geen snelle successen. Desondanks wonen negen van de oorspronkelijke tien al niet meer in de wijk. We zorgen er ook voor dat we, als we gaan herhuisvesten, dit niet in de wijk doen."
Is dat niet het verplaatsen van het probleem?
Patty: "Nee, nee, nee, nee."
Waar zijn die negen dan heen?
Patty: "Twee zitten in een instelling, twee zijn langdurig gedetineerd, één is overleden, twee hebben zelf ergens anders onderdak gezocht niet persé door de aanpak - ..."
Van den Oever: "Het is niet zo dat het een doel is om ze weg te werken uit de wijk."
Hoe gaat een herhuisvesting in zijn werk?
Patty: "Bij ontoelaatbare overlast gaan we in overleg met de woningbouw-verenigingen zoeken naar een ander gebied, waar geen dealers in de buurt zitten."
Van den Oever: "Met overlast bedoelen we dan niet alleen van de bewoner maar ook de overlast van de mensen die bij de bewoner over de vloer komen. Dan is het van belang dat iemand uit dat milieu geplukt wordt."
Patty: "De meeste overlastplegers hebben geen stabiele huisvesting. Herhuisvesting komt dus niet vaak voor."
Staat de enorme inspanning die wordt geleverd voor deze groep in verhouding tot de resultaten?
Patty: "Ik vind het geen enorme inspanning. We komen een keer per maand bij elkaar, we hebben tussendoor overleg als zich iets voordoet en verder is het gewoon wat de reclassering doet." En de wijkagent die dagelijks op bezoek komt.
Van den Oever: "Van onze groep van tien zitten er maar een of twee in de Noorderslag-aanpak, dat is niet zo heel veel."
"Mensen plegen geen overlast voor de lol"
Patty: "En wat je daar dan ook bij krijgt, we hebben een groep asielzoekers in de wijk waarvan één in de overlastaanpak zit. Je ziet dan dat je ook direct contact krijgt met de rest van de groep en dat zij ook hulp willen. Omdat we een netwerk hebben proberen we ook hulpverleners aan de anderen te koppelen. Op die manier heeft onze aanpak een versterkend effect in de groep." Je zou een tegengesteld effect verwachten. Dat mensen, zodra ze de hete adem van instanties in de nek voelen, juist afwijzend reageren.
Patty: "Mensen plegen geen overlast voor de lol. Als ze hulp krijgen om hun leven op orde te krijgen vinden ze dat juist prettig."
Van den Oever: "De aanpak van de overlastplegers in de Korrewegwijk gaat nu ook toegepast worden in de binnenstad."
Is de Korrewegwijk als eerste met deze aanpak begonnen?
Van den Oever: "Ja. Dat is allemaal vanuit die Vogelaarwijken ontstaan."
En dus ook met het Vogelaargeld gefinancierd. Daar beschikt de binnenstad niet over.
Van den Oever: "Als je merkt dat een aanpak succes heeft en feitelijk de kosten drukt dan wordt er door de gemeente geld voor vrijgemaakt. Dat geldt ook voor de Korrewegwijk, waar na het stoppen van het Vogelaargeld de gemeente van jaar tot jaar bekijkt of het nog genoeg oplevert. En dat bedoel ik ook met de lange adem, de problematiek is zodanig dat je ook hoopt dat je een tijd vooruit kunt met deze mensen en dus ook een tijd geld beschikbaar hebt. Ik verwacht niet dat we over een jaar met een nieuwe lijst van tien kunnen beginnen."
Een laatste vraag voor Karin Brongers: Hoe verklaart u de hoge aantal veelplegers in de Korrewegwijk?
Brongers: "Bij ons in de wijk is het aanbod van woningen met lage huren relatief hoog. In dat opzicht zijn we bijna het afvoerputje van Groningen geworden. In veel wijken om ons heen wordt gerenoveerd en komen steeds meer koopwoningen. Daardoor kun je, als je weinig geld hebt, bijna nergens anders meer terecht. Je krijgt dus een enorme concentratie van kwetsbare mensen in een relatief klein gebied."
Download dit artikel via de website www.korrewegwijk.nl

